Ik ben futloos zeker?

En ik speel even niet meer mee

T is niet dat er niets gebeurt met ons, t is de fut om het neer te pennen die ontbreekt.

We knutselen, doen van alles, zitten in kerstsfeer, vermageren en zijn kribbig, zijn dan weer lief, zijn niet samen te krijgen voor Kerst en Nieuw en verbreken tradities, maken ruzie en houden van mekaar, gaan ergens en nergens heen en gaan gewoon verder met leven in België.

Een tof land om in te leven met een kindercrèche vol politiekers, een naïeve mentaliteit en zotte oplossingen die er gene zijn.

Waar is de tijd dat de regering viel en daar geen half jaar over palaverde. Waar de tijd dat dichtbij huis werken kon, de tijd waar gezelligheid bestond uit familiaal samenzijn.

Vervlogen tijden maar mogelijks gewoon evolutie, Vee.

En dus iets waar ik moet gewoon aan worden. En dat is moeilijk want mijn gevoel wil niet meer mee.

Het is te veel wat er allemaal rondom me gebeurt en via mijn ogen binnenkomt. Teveel prikkels, teveel domme mensen en een hoop megalomanie.

Ik distantieer me uit noodzaak. Want ik flapper.

Flapperdeflapper, gelijk een vlinder die niet kan rusten.

Voila se. Het is wat het is…

Vee

Engeland

Vakantie is ontspanning?

Je zou denken dat ik rustig op vakantie ben.

Ik zou het ondertussen zelf al moeten weten. ‘Rustig’ is een illusie.

Terwijl ik hele dagen niets doe, doen mijn hersenen overuren.

En ik tel af naar terug thuis.

Ik mis mijn honden, mijn huis. Vijf dagen is lang genoeg maar er volgen er wel nog drie.

Nog drie, Vee. Dat is niet zo lang meer…

Ik weet niet wat me bezielt om telkens opnieuw te denken dat ik graag vakantie neem. Ik zeg wel altijd dat een week weg er twee zijn. Ik hoor het me overal zeggen.

En laat dat nu te lang zijn.

Mijn hondjes zijn in goede handen, mijn huis wordt opgepast. Daar niet van.

Ik zag Canterbury en Londen en kijk ’s avonds Sherlock Holmes omdat ik geniet van het Engelse, maar ik betrap me steeds vaker op aftelmomenten.

Is het heimwee, is het rusteloosheid? Ik ben niet uitgeslapener hier dan thuis.

En nu ik weet dat ik 96 db produceer als ik snurk (Courtesy of the slaapkliniek) durf ik nergens tussendoor meer een uiltje te knappen.

Schone uitdrukking, Vee 🙄

Ik betrapte mij al eerder op: ‘is dat het nu?’ En ik weet dat dat een fout en nepgevoel is.

Ik voel me niet zo maar het schiet wel door mijn hoofd en dat moet een reden hebben.

En waarop slaat dat nu, dat ‘is dat het nu’? Op de reis? Op de plek? Op mijn leven?

Vee, Je bent zondag 50 geworden! En je hervalt in je evalueren. Dat is het!

Ik hoop dat het dat is want ervoor was ik elke dag gelukkig. Ik zei dat ook. En dit voze gevoel wat ik nu heb, WIL ik niet meer hebben. Ik dacht dat dat verleden tijd was.

Niet dus… Ok. Misschien is het tijdelijk, omdat ik een halve eeuw oud ben en ik mijn leven ‘overschouw’.

Laat het dat zijn en niet weer een moment waarop ik bruggen wil verbranden om ook maar iets te voelen.

Yep. Het is weer zover. Wat moet ik toch met dat getwijfel en gepieker?

Meer Sertraline nemen?

Ik moet actiever worden, lijfelijk actiever, zodat de adrenaline me weer geaard doet voelen. Maar mijn lijf wil niet mee en mijn gedachten zeggen dat ik dat niet moet willen.

Yep. Ik begrijp mezelf weer niet en dat terwijl mijn oudste echt in de patatten is gesukkeld. Ik heb echter geen energie om te helpen.

Vakantie en vrije tijd, wat moet je ermee als het je depri maakt…

Ik snakte ernaar om nu weer te concluderen dat het niet echt dat is wat ik wil. En dan blijft de vraag: wat wil ik?

Slapen. Dat ga ik doen. Of proberen om te slapen.

Vee

Het is gepasseerd.

Nu ik nog…

Het is pas nu dat ik wat energie over heb om te bloggen. Heftig was het. De angst, de operatie, de emoties tijdens en nu nog. Het vergt wat van je als partner.

En dan heb ik het nog niet over mijn schat zelf. Kranig, weinig klagend, goed herstellend en met een gedrevenheid die hij noodgedwongen moet loslaten als zijn lichaam stop roept.

We klagen niet. We schrikken wat een energie herstel vergt, bij beiden. We slapen meer dan we op zijn, we leven matig en vandaag was mijn schat zijn eerste uitje sinds zijn operatie. Drie overbruggingen werden er uit zijn beenader gemaakt.

De littekens vallen mee.

Wat het zwaarst weegt volgens hem is het ‘niet veel meer kunnen’. Het twijfelen aan dat alles veel beter wordt, de idee dat mensen hem voorgelogen hebben dat ie beter zal zijn na de operatie. Het ‘niets inspannends kunnen’ sloopt hem. Hij wordt er knorrig en kortaf van.

Wat hij wel doet? Dronen en op de pc tutorials allerhande bekijken zolang hij kan om dan pompaf in zijn opplooibed in de woonkamer te gaan liggen.

En dat gebeurt zo’ n vijf keer per dag. Hij voelt zich depressief worden, ‘niet gelukkig’ zoals hij het omschrijft.

En hoewel ik het niet persoonlijk mag nemen doe ik het toch, soms, als mijn pillen uitgewerkt zijn en mijn adhd ook opspeelt.

Of wat dacht je, Vee, dat dat foetsjie was?

Tussen een spoedopname van mijn bevriende ex en de spoedopname van mijn ventje ( hij sloeg de avond voor de opnamedag wat in paniek) was er nog mijn oudste die klaagde dat ze net nu ‘haar moeder nodig had’ en die ook boos aangaf dat ik er voor mijn ex, hun vader, op een zo’ n cruciaal moment beter ook moest zijn ( hij brak door een val zijn kaak en hand en had niemand om hem te komen ophalen).

Dus na van spoed Veurne naar spoed St-Jan Brugge te zijn gevlogen en met de aandacht die mijn dochter zoog, ben ik mezelf voorbij gelopen.

Typisch, maar WEER zag ik het zelf niet aankomen.

Gelukkig is er zoiets als halftijdse medische bijstand zodat ik met een premie van de RVA tot eind juli mijn ventje kan bijstaan maar vooral, en eveneens, zelf tot rust kan komen in de zetel naast mijn ventje in het opplooibed.

Ik voel me soms 70 als ik ’s morgens uit mijn bed kom. Mijn voetzolen doen pijn van het moment ik de grond raak en een ijstherapie met roloefeningen op een golfballeke maakt al een tweetal weken deel uit van mijn avondritueel.

De Highland Games met mijn collega’s was een welkom uitje, er eventjes helemaal tussen uit was een welkome verademing.

Maar toch: de zon schijnt maar schijnt vandaag aan mij voorbij.

De kwaliteit is weer eventjes weg uit mijn leven, zintuiglijk is genieten iets onbestaande.

Het automatisme doet me denken aan de week na het overlijden van mijn ma, toen ik de begrafenis organiseerde tussen de verdrietige broers en zus en pa door.

Dat heb ik wel, ik schakel blijkbaar over op ‘noodrantsoen’ als dingen te heftig worden…

Ik hoop alleen dat ik gauw weer voeling krijg met de wereld rondom mij want ik ben aan het afdwalen, verglijden, vervreemden als een marionet op een poppentoneel. Anders kan ik het niet omschrijven.

Ik kijk rond maar voel me een toeschouwer, vaker dan zou moeten.

Soit, we komen er wel door. Klagen doe ik niet, ik heb er de fut niet voor.

En van zodra alles weer wat normaler wordt, geeft de zon wel weer haar vitaminen aan mij persoonlijk. Want ik heb dat gewoon verdiend. Punt!

Vee

Afwezig met reden

Niets bijzonders te melden

Ik heb niet veel fut, zin, reden, enz. om hier iets neer te pennen.

Mijn ventje kreeg een hartinfarct (of 2) en ik ben er meer mee bezig dan hij.

Ik kon weduwe geweest zijn. Hij heeft het voelen aankomen zegt ie dus t is allemaal in orde.

Jazeker. Ik verwerk het nog steeds: nog geen jaar getrouwd, het telt geeneens…

Wacht, eerst nog een keer van spoor veranderen, kwestie dat ik weet dat ik niet moe genoeg ben…

En weer verder. Het is wat het is. Morgen mag hij naar huis en er wachten nog 5 overbruggingen. Tja, eentje is geentje, denk ik dan. Als je borstkas toch open moet.

Ik heb het lastig. Ik dacht dat ik bestand was maar het heeft gevreten. Meer dan bij hem.

Alles is ok, de bloeddruk, saturatie… maar hij is hyperder dan anders en zelfs ik heb er moeite mee zoals hij als een kwajongen alle advies aan zijn laars lapt.

Het is genetisch. Ok. Maar daarom hoef je nog niets te ontkoppelen. Ik ben er ook. Ik zie je graag. Al nagedacht hoe ik er uit zou komen mocht je er niet meer zijn?

Die mogelijkheid zat er volgens jou nooit in, je weet het beter en was op tijd.

Maar wat dan met degenen die maar een verwittiging krijgen? Die zijn er niet meer hoor!

Ik hou me sterk. De operatie zal routine zijn.

Het blijft wel een operatie en je zult pijn hebben. Geen ontkomen aan. En ik had je dit liever bespaard. Maar misschien ook niet, dat je de ernst beseft. Moet je stoppen met genieten? Nee. Maar meer mate zou mogen.

Ik zeg tegen collega’s als je zegt ‘toch paling in de room te eten en toch verder te roken’ dat je je eigen persoon bent en ik je laat.

Ik zou nogal van mijn foert dromen, is een van de antwoorden.

Ik niet, ik heb dat lang gedaan. Ik vecht niet meer tegen iets wat niet verandert. Het is inderdaad jouw leven.

Je hebt maar een leven en inderdaad, je hebt goed geleefd mocht je nu gestorven zijn maar in mijn ogen heb je niet lang genoeg geleefd want ik wil oud worden met jou. Het is dus ook ONS leven.

IK ben egoïstisch want ik WIL je niet moeten missen en al zeker niet als je er eventueel zelf wat aan kan doen.

Myocardinfarct. Je stuurde nog een wikepediabericht. Daar staat in dat de vernauwing aanlading door cholesterol is. Ookal is je cholesterol in orde, het heeft bij jou toch voor de 90% vernauwing gezorgd.

Ik wil je niet op dieet maar je moet het nu niet zoeken ook. Paling in de room. Ik verwacht dat je het toch ietske kalmer aan doet, al is het maar als ik er bij ben.

Ik weet het, ik discussieer niet, het heeft geen zin maar het doet pijn dat je het niet belangrijk zou vinden om langer met mij door te brengen want zo interpreteer ik dat.

Ik vraag niet dat je verandert voor mij, ik verwacht dat je zorgt voor jezelf. Maar tot nu toe bewijs je het tegendeel en ik kan het niet helpen dat ik verdrietig ben daarom.

Eerlijk is eerlijk. Mijn gevoel. Mijn blog.

En dus ga ik straks weer op bezoek waar je mij zegt dat je me mist, me doodgraag ziet en graag naar huis wil. En kwaad zult zijn omdat ik blog hierover.

Ik zei het je al maar je bent niet serieus als ik het zeg. Luchtig doe je er over.

Ergens klopt er iets niet tussen woord en daad. Zo voel ik het aan.

Misschien vat je de ernst niet omdat je niet met hoogdringende sirene bent weggeloeid en er niets aan overhoudt. Het kon slechter. Inderdaad, gelukkig ben je weer de oude maar het had slechter gekund.

Of ik dan nog de oude ben valt te bezien. En het houdt me serieus bezig.

Vee

Te-dag

Absurditeit troef

Gisteren was een te-dag: teveel te doen namelijk in de voormiddag zaken afwerken, op tijd tijd inschatten om te vertrekken, deels onderweg met auto inclusief parking zoeken, te onzeker of mijn treinticket nu wel of niet zou werken, teveel mensen, indrukken, teveel woorden op slides, te weinig concreets, teveel opletten, teveel maskers en toch werd ik op een bepaald moment binnen dit toneel rustig.

Yep, op het ogenblik dat ik me realiseerde dat niets er eigenlijk toe doet, werd ik rustig. Toen ik ineens besefte dat mijn been oncontroleerbaar weer aan het trillen was en een wildvreemde naast me zei, ga eventjes wandelen, daar door die deur en kom dan terug, werd ik rustig.

Het kan dus, gewoon opstaan, gaan, van het toneel wandelen, alleen verkennen op mijn tempo en dan terug de chaos instappen als ik daar klaar voor ben.

Het hielp enorm. Dat ik daar zelf niet aan denk! Zo simpel. Ik HOEF niet krampachtig te blijven zitten als het te veel wordt, niemand zit in mijn lijf behalve ik.

Niemand of niets veroorzaakt onrust als ik het niet toelaat. Een heel simpel gegeven als je je er bewust van wordt.

Gewoon STOP zeggen, Vee.

Eigenlijk werd het daarna zelfs aangenaam, collega’s leren kennen, hapje, drankje, van tafeltje naar tafeltje gaan, een puzzelstukjes hier en eentje daar en observeren.

Ik was alleen gekomen en ging samen met oud-collega’s naar huis, indrukken delend in klasse 1 op de trein.

Mijn dochter die me sms’te op de middag of ik thuis was (ze zit in een shiftsysteem en kan die 9-to-5- uren niet in haar kopje krijgen) zei al ludiek: het is de moeite, zo efkes over en weer naar Brussel!

Inderdaad, als je het zo bekijkt, neemt het alle serieusheid en nut van de dag wel weg en is het gewoon de absurditeit van het tijdsgebruik wat overblijft…

Een mens wordt soms nogal iets aangedaan: 3 uur verplaatsing voor 2 uur woorden op een scherm.

Maar terug naar de terugreis in eerste klasse.

Blijkbaar was ik in gezelschap niet de enige die wat indrukken kwijt moest want bij het verlaten van de trein kwam een azijnpisser vragen “of we op schoolreis waren geweest? Zo zitten gibberen en kwetteren? Hou eens rekening met anderen in het vervolg!”

Oké, dat bedoel ik nu. Wij hadden nu het geluk eens een gratis railpass eerste klasse te hebben wat impliceert voor ons dat we plaats hebben. Voor de meesten impliceert eerste klasse blijkbaar het afkopen van stilte en rust. Het doet me ongewild denken aan de kerkaflaten van vroeger.

Vandaar dus die oorverdovende asociale treinritten van nietszeggende, onvriendelijke, half slapende moraliserende mensen ’s morgens en ’s avonds…

Ik ben deze keer dus bij de asociale mens die de treincultuur van het zwijgen heb verbroken… En ik ben er trots op.

Het vermanende vingertje van de man wekt bij mij medelijden op en de idee dat het met mij nooit zover zal komen dat een treinreis mij monddood maakt. Dan behoor ik maar tot de lagere kaste die nood heeft aan contact en een vriendelijk gezicht, conversatie en medeleven!

Gisteren was ik dus “‘pretty woman” in klasse 1 en blijkbaar was er een man die daar op moest wijzen.

Het beeld dat individuen zonder connectie zich van A naar B verplaatsen in hun eigen coconnetje is typisch voor deze wereld. Ik voel me ineens beter met de idee dat ik dan best ‘anders’ in mijn vel steek.

Hoera !

En eenmaal thuis stapte ik mijn gewone, warme, liefdevolle leven weer binnen…

Vee

Ik ben er even niet…

Vandaag begon zo mooi…

Nu overheerst het gevoel dat ik niet concreet aanwezig ben. Niet op het werk en bij uitbreiding niet op de wereld.

Ik maak fouten, werk op automatische piloot, hoor de klank in een gesprek maar vat de woorden niet. Er is geen samenhang. Het is een mechanisme dat in werking treed. Ineens.

Loos, dat omschrijft het nog het beste. Niet scherp, maar wazig wollig. Mijn ogen branden ook.

Dit gevoel heb ik al lang niet meer gehad. Het is een gelatenheid die over me komt. Aanleiding is de mail dat er voor mijn collega’s en mijzelf een afscheidsdrink komt.

S M A K! P e t s! In your face!

Eerst dringt het door in alle hevigheid dat mijn provinciale jaren er echt op zitten, daarna komt het afstandsgevoel, het distantieergevoel.

Het laissez-faire, laissez-passer-gevoel. Als je me nu fysiek knijpt, dan voel ik niets. Ik heb zelfs een gevoelloze huid.

En ik wil er van af.

Mijn jongste smste vanmiddag al dat ze het vandaag niet makkelijk heeft. ‘Je kunt het, motje! Draai je knop om en begin opnieuw!’ Een advies dat ik ook kan gebruiken vandaag maar waar ik ook eventjes de energie niet voor heb.

Yep! Moeilijk, dus ik heb toch maar een kast verhuisd en samen met mijn oudste dochter in haar huisje opgezet. Fysiek met mijn hand tussen een kastdeur zitten, brengt me wel weer tot de realiteit, al is het maar eventjes.

En de regen kleurt vandaag grotendeels mijn stemming. Vrolijk word ik er niet van!

Straks slapen en morgen een nieuwe, verse, vrolijke dag graag!

Vee

P.S. Blog gepost met vertraging wegens die kastverhuis…

 

Het toneelgevoel

natuur

Ik beklaag al wie dagelijks een treinrit van meer dan een uur richting Brussel maakt.

Mijn zitje in eersteklas levert mij dit beeld op : een massa mensen, beeld maar geen klank, behalve hier en daar een kuch. Awkward!
Krantengeritsel, geen woorden. Van Brugge tot Brussel Noord. Moe-e mensen denk ik dan. Moe om te vertrekken, moe om aan te komen. Moe om onderweg te zijn. Niet genoeg zitplaatsen, blikjes die met voorzichtigheid neergezet worden om toch maar geen geluid te maken. Mijn benen doen pijn, mijn oren ook. Van de oorverdovende stilte. Wat doet een mens zichzelf aan -moeder waarom leven wij?- : van A naar B op een metalen rups, zo onpersoonlijk als het is.

Ik ben altijd mezelf, ik kan het dus niet laten om een ‘contactblik’ te werpen op een jonge, zwangere vrouw. Geen kik.
Ik ben opgevoed met elementaire beleefdheid, goeie morgen of een knikje. Boosheid borrelt op vanbinnen, maar heeft geen zin want dan zit ik daar alleen boos te wezen in een overvolle wagon. En dat is een negatief gevoel, ik ben een positief iemand.
Ik doe de rit nu twee keer heen en terug en het zit al in mijn lijf, leden maar vooral in mijn kop : dit WIL ik niet. Mijn kostbare uren geluk vervangen door dit? Nee, dank u.

Mijn leven is na heel overwogen keuzes en een moeilijke persoonlijke acceptatie gewoon perfect. Ik ben nu perfect in balans qua werk, relatie, gezin, geluk. Het heeft bloed, zweet en tranen gekost.

Plots denk ik aan ‘zit’alternatieven : een boek schrijven à la J.K. Rowling? Neen, ik verbied mezelf in die richting te denken, dan geef ik dit traject een kans en het is voor mij geen optie.

Hoe mooi de stem van de dame ook zegt : ” Welkom op de trein”, ik voel geen hartelijkheid, geen communicatie. De trein nemen is letterlijk een ‘dooddoener’. Misschien is het een optie om zoals in de liftreclame de trein enkel te laten rijden als er gepraat wordt? Ik zie het ook voor me, schokkend, zowel het idee als de trein.

1 uur en 8 minuten somber, kleurloos zitten. Een ‘tabletter’ met witte oortjes doet me denken aan de Staatsveiligheid die Prins Filip en Prinses Mathilde begeleidden tijdens hun Blijde Intrede in Brugge. Waar is de tijd.

H E E E E E L P !

De zon schijnt over landschappen tot ik het beton zie. Ik mag er niet bij stilstaan : straks wordt mijn natuurwerkplek met meeuwen, waterhoentjes, muishondjes en wuivend riet ingeruild voor een betonnen wereld. Hoe kleurrijk het gebouw vanbinnen ook is, vanbuiten blijft het een betonnen kooi.

beton

Even denk ik aan het feit dat ik als ADHD’er in een collectief geheugen een ‘jager’ was. Nu ben ik een rund dat in een wagon richting slachtbank wordt geleid, in het nauw en zoekend naar leefbare oplossingen. En enkel ‘leefbaar’ is ook geen optie. Ik moet intensiteit hebben, anders leef ik niet. Het overheersend gevoel is: dit laat ik toch niet gebeuren? ‘Wil ik dit’ neemt stilaan de overhand op ‘kan ik dit’. Het gaat de goeie weg op.

En zoals ik de hele dag wist, ging het ’s avonds in omgekeerde richting, en masse terug.
Met het verschil dat ik na de trein de bus nam, na enige haltes zag dat die leeg was en ik uit een jeugdig sentiment begon te praten met de chauffeur. Wil u me afzetten aan de halte voor de halte aan de Watertoren?
Ik zou dan de bus die hier achter mij stopt vlug nemen, zegt ie lachend. Ik rijd weer richting Brugge!
Deur open, loopje, deur open, ticket er terug in, en weer een nieuwe lachende buschauffeur.

Lachen! Het kan een mens opbeuren, het maakt dat ik me 1000 kg lichter voel na een intense dag. Nu nog een kilometer stappen door de velden en ik ben er.

Adem in, adem vooral in en adem uit…