Natuurlijk!

Ik zit hier alweer, vroeg, van 5u30 op wegens niet meer kunnen slapen. Het valt de laatste tijd steeds vaker voor, ik pieker weer. Mijn brein doet weer overuren en blijkbaar ’s nachts ook zegt mijn ventje want ik praat weer in mijn slaap.

Nu, het beton van mijn nieuwe werk straks houdt me bezig. Ik werk al 5 jaar op domeinen, waar de natuur mijn vriend is. Opgegroeid met een zelfdidact in fauna en flora, ben ik verweven met de natuur en onlangs las ik ook, en dat wist ik niet, dat natuur goed is voor ADHD. Het maakt je rustig -check, en het helpt je in- en uitademen als te veel impulsen je hersenen overspoelen- check.

In retrospect herinner ik mij mijn kids die, na school, door het concentreren tijdens de les, losgeslagen bommetjes waren toen ze thuiskwamen. Ratelen, boos zijn, niet onthouden, en de rilatine die per 4 uur werkte toen, was uitgewerkt toen ik ze terugkreeg na een dag geconcentreerd werken.
Ik herinner me de regenjasjes en de ‘botten’ waarin ik ze eerst de tuin instuurde. Het betekende extra werk voor mij maar vermeed ook huiswerkconflicten die zoveel energie opslorpten. Ik had er extra badtijd en extra schoonmaken voor over en voor iedereen stond het gelijk aan fun en vrolijkheid, lopen, katrollen met zelfhijstoestanden in het leven roepen, klimpartijen in bomen en springen in regenplassen. Ooit zat mijn oudste verweven tussen de takken van de taxus, ik kreeg haar er amper uit!
Het betekende flikflaks in het gras, turntoestanden, konijnen en kippen, joelen en zingen en vooral ontlading.

Ikzelf speelde als kind ook veel buiten. Met een straat vol familie (tantes en nonkels van langs beide kanten) was het makkelijk om met neven en nichten van mijn leeftijd op straat rolschaatswedstrijdjes te houden, samen en colonne te fietsen naar het zwembad, daar te spelen en zwemmen om daarna 5 km terug te fietsen, vaak met natte haren in de wind, door graanlandschappen en via kronkelende binnenweggetjes…
Ik herinner me Chiro-ruiltochten en slede- en schaatstochtjes op weg naar school. We legden in de winter een schaatsparcours aan op een ondergelopen weiland, de sneeuwschoppen gemaakt van unaliet met een bezemsteel aan…

Kampen bouwen deden we later als gezin samen nog in de Ardennen waar een regenpijp voor de kinderen jarenlang paddestoeleneen ‘bron’ was en we reeën gingen spotten, urenlange wandeltochten van Julien van Remoortel ondernamen waar we de zoveelste bocht aan een speciale boom namen zoals in zijn reisgids beschreven.

Ik kan niet tegen oorverdovende machinale stilte, maar herinner me momenten ‘an der Hohe Wand’ in Oostenrijk, toen er nog geen beschermende trappen en afscheidingen waren, met mijn rug zittend tegen de rotsen, mijn benen bengelend over de afgrond. Ik herinner me taferelen van de Grand Canyon, de uitgestrektheid van de Nevadawoestijn toen we er landden… Het voelde toen aan als puur geluk en het maakt nu deel uit van mijn ‘ontladingsherinneringen’ als ik snak naar kalmte in mijn hoofd.

Die, laat ik ze ‘geluksmomenten’ noemen, zijn nu mijn redding: de Aha-Erlebnis dat ik de enige was die op de pier tijdens een storm twee seconden in de wind kon zitten, gedragen door de natuur; het moment dat alleen ik een wervelwind van herfstbladeren ervoer rond mij, toen ik richting het station fietste; het moment waarop een duif parallel een paar kilometer lang op een meter afstand van mijn autoraampje vloog richting werk. Mijn vorige standplaats was in een kasteel in het bos, tussen ruisende bomen waar ’s morgens bij aankomst ik een groepje reeën aan verse blaadjes zag knabbelen.
Nu vlieg ik ’s morgens mee met meeuwen, stap ik door het domein waar waterhoentjes, fazanten, eksters en kauwen zich van het pad weg haasten, fotografeer ik een pad, zie ik wezeltjes spelen in de zon…

pad

Als ik het allemaal overdenk, dan weet ik gewoon dat ik keuzes heb gemaakt die voor mij leefbaar en productief zijn. Zonder al te veel op de ADHD te focussen zocht ik mijn werkomgeving waar ik het meest door rendeer en waar ik gelukkig van word. Een win-winsituatie dus met creativiteit en een werkijver om u tegen te zeggen, gedoseerd met mogelijkheden om eventjes lucht te happen.

En dus lig ik wakker van beton, uitzicht op muren, menselijke drukte en mijn gezondheid. Een kangoeroe moet springen en heeft daarvoor ruimte nodig. Wat een ander aankan is mij om het even, ik ben nu gelukkig en in balans en vecht met lijf en leden om dit te mogen behouden. Ik email, lobby, praat zonder al te veel te willen overkomen als klager. Ik klaag niet, ik ‘eis’ niet, ik weet gewoon what makes me tick.

Yep, natuur, landelijkheid, een koetje hier, een schaapje daar, een tokkende kip, mijn drie schatten van hondjes… en mijn tijd, die ik kies en die me dierbaar is.
Hoe krijg ik dat ooit aan het verstand van mijn chefs die me naar een plaats willen waar burn-outs nu al een groot probleem zijn. Begrijpe wie begrijpen kan…

 

Kabouter Lui zou zeggen : ik word daar zo moe van!

 

 

 

Roze brillen en ikzelf

Yep. Ikzelf draag een bril. Vroeger als kind was dat er eentje in schildpadbeen, of dat heb ik me toch altijd laten wijsmaken. Een Nana-Mouskouri-bril. Dat kan kloppen, aangezien mijn moeder een grote fan was van Nana. Met een afschuwelijke stevige, blauwe brilmontuur, die ik altijd op moest hebben…

Niet dus, ik herinner me dat ik hem nog eens doelbewust in de zetel had laten liggen en er mij dan bovenop liet ploffen. Wat prompt door mijn moeder werd opgelost door de bril te laten herstellen en een harde, onverwoestbare, ORANJE brillendoos te kopen.

bril

Soit, dat was vroeger, daarna heb ik een tijdje niet gebrild omdat de arbeidsgeneesheer me zei bij mijn eerste medische controle dat ik helemaal geen bril nodig had. Een gezond mens stelt zich daar vragen bij, ik ook maar omdat ik een excuus om een tijd brilloos door het leven te gaan, liet ik het vragen stellen even varen.

En nu nader ik de vijftig, strek ik mijn arm ver uit als ik geen bril opheb, ben ik kortbij nog blinder dan een mol en als je je I-phone nuttig wil gebruiken, dan is lezen wel handig.
Mijn bril zou dus een zegen moeten zijn, ware het niet dat ik voor een dilemma sta : mijn lange wimpers één voor één uittrekken of mijn bril telkens oppoetsen wegens wazige vetplekken op de glazen…

En dus heb ik mijn schat ingeschakeld als brillenwasser. Dank u, schat!

Even ter informatie om jullie te updaten : ik ben op 1 augustus 2017 opnieuw getrouwd met een schat van een man.
Het is al erg genoeg dat ik me erger aan het niet kunnen zien op het moment dat ik per sé wil zien, dat ik het al helemaal niet zie zitten om drie hondjes van mijn benen te lichten en de bril onder de kraan te gaan inzepen en afspoelen, terwijl ik weet dat het hopeloos weer eindigt in twee vette plekken.

Sommige zaken keren zo enorm veel keer terug dat het gewoon te saai is voor woorden en zijn zo

FRUSTREEEEEEEEREND!

Maar met saai-zijn is het niet opgelost en bij de pakken blijven zitten is geen optie. Dat heb ik van wijlen mijn drilmajoormama, die op zijn West-Vlaams zei: “Zit niet te bleiten, pak uw gat in uw handen en begin er aan!”

DUS, mamzèle hier (Moi, Ich) ging voor lenzen. Yess, dat zou het zijn. Gedaan met die bril die over mijn neus schuift, of de loopgraven achter mijn oren.
Ik wist onbewust zeer zeker ook dat de ellende pas dan zou beginnen om die rotdingen in mijn ogen te krijgen zonder knipperen, maar soit. Ik was ook deels ‘in denial’, want bij mij kan elk gevoel tegelijk.

Ondertussen heb ik die eerste avond staan springen van ‘Yes, yes I can‘ als een vrouwelijke Obamakloon en heb ik mijn ogen zitten uitpulken om die dunne gelvellekes erin te krijgen.
En er zit blijkbaar, om het vooral gemakkelijk te maken, een goeie en een slechte kant aan. Moeilijk te zien, zo zonder bril…

Het lag niet aan de man van de winkel. Hij had een info- en oefensessie van een uur gepland ergens vorige maand maar die was ik vergeten. En hij was pas over een maand weer vrij om een nieuwe sessie in te plannen, dus nam ik het heft in eigen handen en besloot ze zo mee te nemen met een verklarend boekje. Zo moeilijk kan dat toch niet zijn? Dat kon ik toch zo lezen met mijn bril op!

Mijn schat heeft ze er ten slotte, na een zoektocht op de grond en een zoveelste ooglenscorectievloeistofwasje (gebruik dat eens in je scrabble!) in gegooid terwijl ik krampachtig mijn ogen trachtte open te houden. En toen stelde ik vol uitbundige vreugde vast dat de sterkte ver onder mijn gezichtsveld lag.
Die dingen moesten er onmiddellijk weer uit, want ik werd er zelf wazig van.
Een van de lenzen vond ik eerst niet terug -die zat dubbel geplooid in mijn ooghoek-, en daarna keek ik, wazig van het pulken, opnieuw met mijn roze bril op naar een aflevering van Sherlock Holmes.
Gelukkig heb ik een talendiploma en was ondertiteling die avond bijzaak…

Na de eerste mislukking volgde een gratis tweede bestelling -want dat zit in de service- van een sterker paar.
De tweede poging om ze in te doen zou al vlotter moeten verlopen. Niets van. Maar de sterkte leek er al meer op te lijken.

Nu ben ik in blijde verwachting van lenspaar nummer 3. Het is, en dat beloof ik hier plechtig, mijn allerlaatste poging om te checken of dit iets is voor mij. Ik denk toch, positief als ik altijd ben, dat het mij zal lukken.
Amai, lenzen… een avontuur ware een betere titel geweest!

En anders is er nog ‘the secret’ waarbij ik gewoon in drie dagen tijd visualiseer dat aan mijn ogen niets schort en ik het mezelf heb aangedaan.

Oeps. Als ik daarbij stil sta, heb ik het mezelf ook wel aangedaan.

Vee

 

 

 

Dit is mijn ei…

Of zo voelt het toch, ovaal, poreus en breekbaar. Maar het is wel MIJN ei.

Al van in mijn jeugd heb ik iets met tekst, met schrijven. Ik ben nu eind in de veertig, het werd tijd.

Niet dat ik nog nooit heb geschreven, ik heb in een ver verleden een blog gehad, meer als therapie, op een ADHD-site waar ik moderator was. Het klinkt allemaal heel serieus, maar dat was het niet. Het was leuk, ons kende ons, ons hielp ons.

Ik heb altijd de nood aan analyseren gehad, ik kan mezelf “dood”analyseren als het moet en ik ben er ondertussen expert in en dus dacht ik: misschien kan mijn en bij uitbreiding ‘onze’ manier van leven wel iemand inspireren terwijl het tegelijkertijd voor mij een gezonde uitlaatklep is.

Misschien lig je niet wakker van alweer een persoonlijk verhaal. Ik ook niet. Niet van dat verhaal, en niet of je dit wel of niet leest.
Ik lig wakker van andere dingen, waar ik mijn vinger niet op kan leggen maar wat me eindeloos in een vicieuze cirkel van piekeren doet belanden, of eerder, deed belanden vooraleer ik mijn denkproces leerde herkennen en stoppen.

STOP moet ik vaak tegen mezelf roepen. STOP met daarin mee te gaan, STOP met jezelf te benadelen door verder te praten, STOP met je schuldig te voelen omdat je niet onthoudt wat je moet onthouden. Het is nu eenmaal wie je bent, het is niet belangrijk want je hebt veel betere kwaliteiten dan dat.
STOP heeft mijn leven heel wat makkelijker gemaakt. Als vrouw, als moeder, als collega, als familielid.

Stooooop!

Maar het ging niet vanzelf. Het inzicht kwam pas toen de grond onder mijn voeten wegviel, toen ik mezelf tegenkwam. En geloof me, alleen ik kan mezelf tegenkomen met die ADHD-intensiteit dat het benauwelijk gevoelloos wordt, dat de analyse gewoon leidt tot zelfdestructie. En ik was op dat moment al een eind moeder van 2 bloedmooie dochters die naar ik pas later vernam vrolijk 70% kans hadden om mijn ADHD te erven. Yep. Wat dus in het kwadraat waar bleek te zijn.

‘Dank u, mama!’

Hoewel: ‘mijn’ ADHD is het niet. Het is elk apart ‘hun’ ADHD, met hun specifieke problemen, in het Nederlands “comorbiditeit” genoemd.

Maar dat volgt later wel in ons verhaal. Zonder het te benoemen zie je de verschillen zo duidelijk. En hun ADHD is even intens, even kop-tegen-de-muur-stotend bij momenten als dat bij mij soms is.

Ikzelf heb ‘therapie’ achter de rug waar ik bleef vragen om kapstokken om uit de put te geraken. De traditionele therapie van het graven maakte de put alleen maar dieper.

Maar ik ben er uit geraakt uit frustratie (kwaad zijn is innerlijke kracht) en ik mag nu, op dit moment aan mezelf luidop toegeven dat ik gelukkig ben. Omdat ik STOP zeg, ongeacht wat anderen daarvan vinden. Mijn lijf is mijn barometer, alleen ik kan over mezelf beslissen. Dus ik stop als ik stop, ik geef 300% van mezelf en soms zeg ik stop voor een lange tijd.

Het is wie ik ben, ik heb het geaccepteerd. Er viel niets anders aan te doen.

Ik neem ondertussen een viertal jaar meds maar dat ging niet zonder slag of stoot. Want ik mankeerde in mijn ogen niks dat niet overkomelijk was. En dat wolkerige dat in mijn hoofd kwam zweven bij het nemen van Rilatine en later Concerta hielp me ook niet echt geloven dat dit de oplossing was.
Maar nu voel ik me door de pilletjes min of meer ‘normaal’ hoewel ik me eerder kan vinden in het feit dat het mij helpt om ‘normaler’ over te komen bij anderen.

Het maakt me ook 20 kg dikker maar als ik afweeg (en dat kan IK alleen) hoe het mijn leven makkelijker heeft gemaakt zonder aan mijn ‘ik’ af te doen, dan kies ik voor ‘dikker zijn’ -Bij wijze van spreken dan want een maand of twee geleden liet ik mijn maag hypnotiseren om toch te kunnen ingaan tegen wat dokters en apothekers beweren…-
Zo ben ik dan weer. Ik stel alles in vraag, zwem liever tegen de stroom in dan mee. Dat is avontuurlijker en vraagt meer persoonlijkheid dan meelopen.

Wat mij onderscheidt van het dierlijke ras is een doordachte mening en daar ben ik trots op! De ene keer al wat meer doordacht dan de andere 🤜

Soit, voor een eerste blog kan dit wel al tellen.
Ik geef me bloot.

Mijn ei is dus breekbaar en poreus, maar wat binnenin de schaal zit is sterker, kleurrijker en intenser dan ooit. Punt.

Vee