Loos

Er hangt iets in mijn lijf, ik voel het. Het is dat loze gevoel weer.

Ik weet niet wat het wordt maar rustig zijn zit er niet in.  Ik wil het wel maar het lukt niet, mijn ventje loopt hier ook al opgefokt rond.

Het zal het weer zijn…

Ik dacht eraan hoe wij eigenlijk allebei thuis zijn vandaag. Weekenden zijn geen weekenden meer zoals vroeger. Hij heeft recups, ik neem halve dagen die op moeten tegen eind dit jaar.

Ik neem een halve dag verlof vanmiddag, omdat ik niet rustig ben op het werk en dat wil worden thuis, en omdat ik met deze namiddag eigenlijk bijna een weekend creëer halverwege de week met een werkloze woensdag die er op volgt.

Maar ik wil wel gewoon relaxen en het lukt niet. Misschien moet ik in mijn bed kruipen?

Wow, lekker productief, lekker creatief dat we weer zijn 🙄

ik weet niet of het met ouder worden te maken heeft of met het jaareinde of met de zonloze dagen maar ergens verveel ik me. En ik erger me. De energiebalans is zwaar verstoord.

Misschien was het een aantal jaren te perfect. Niet zo denken, er is niet zoiets als ‘te perfect’. Het is wat het is en het zal nog jaren duren.

Waar ik nu weer over pieker!

No worries, ik schiet wel weer in gang, als ik mijn energie terug vind. Het is weer zo’n periode.

Ik kan zoveel dingen doen maar ik haak af voordat ik begonnen ben, omdat in mijn hoofd het al overlopen is dat het de moeite niet is om er aan te beginnen.

Oké dan, laten we een filmpje kijken zegt mijn ventje hoewel ik dat niet gewoon ben, zo halverwege de namiddag.  Het voelt aan als nutteloos tijd passeren hoewel ik Dunkirk al eeuwen wil zien, gezien ik op de Atlantikwall werk.

Maar hij had gelijk, ik voel me beter. Mooie film trouwens, blij dat ik gekeken heb!

<<<<<<<<<<<<
mijn kerstboom naakt zetten, dat is een idee, zo ‘s morgens voor Sinterklaas!

Vee

/p>

Een voormiddagje solliciteren, moet kunnen!

Ik zit weer op de trein. Voor mij was het sowieso een goed gesprek, ik kwam veel te weten over het werk zelf en het kleine team waarin ik eventueel terecht kom. Ik zeg : eventueel, want ik geloof pas dat het iets is als ik bericht krijg.

ik ben volledig mezelf geweest, aanwezig en al, open, eerlijk, babbelwater en over de ADHD en waar ik tegenaan loop.

Nu is het aan hen, of ze het aandurven met mij. Voor mij is het een kans om binnen de opgedrongen werkverandering toch werk te mogen doen dat aanleunt bij mijn vorige administratieve job en daarin voldoening te vinden.  Organiseren van zaken, checken van dingen, betrokken zijn in een kleine overzichtelijke organisatie binnen een loggere structuur.

Het zou iets kunnen worden.

Het is wat het is en het wordt wat het wordt. Ik laat het op me afkomen en cross that bridge when I come to it.

En nu zit ik met mijn rug tegen de richting in op de trein terug naar Brugge.

Ik heb gezegd wat ik wou zeggen en net weer dat tikkeltje meer. Zo ben ik.

ik word wat ongemakkelijk nu. In Gent zullen er wel mensen af gaan en dan ga ik met de richting mee treinreizen hoewel mijn gedachten nog altijd tegengas zullen geven.

We blijven onszelf, that is a promise!

 

Vee

Natuurlijk!

Ik zit hier alweer, vroeg, van 5u30 op wegens niet meer kunnen slapen. Het valt de laatste tijd steeds vaker voor, ik pieker weer. Mijn brein doet weer overuren en blijkbaar ’s nachts ook zegt mijn ventje want ik praat weer in mijn slaap.

Nu, het beton van mijn nieuwe werk straks houdt me bezig. Ik werk al 5 jaar op domeinen, waar de natuur mijn vriend is. Opgegroeid met een zelfdidact in fauna en flora, ben ik verweven met de natuur en onlangs las ik ook, en dat wist ik niet, dat natuur goed is voor ADHD. Het maakt je rustig -check, en het helpt je in- en uitademen als te veel impulsen je hersenen overspoelen- check.

In retrospect herinner ik mij mijn kids die, na school, door het concentreren tijdens de les, losgeslagen bommetjes waren toen ze thuiskwamen. Ratelen, boos zijn, niet onthouden, en de rilatine die per 4 uur werkte toen, was uitgewerkt toen ik ze terugkreeg na een dag geconcentreerd werken.
Ik herinner me de regenjasjes en de ‘botten’ waarin ik ze eerst de tuin instuurde. Het betekende extra werk voor mij maar vermeed ook huiswerkconflicten die zoveel energie opslorpten. Ik had er extra badtijd en extra schoonmaken voor over en voor iedereen stond het gelijk aan fun en vrolijkheid, lopen, katrollen met zelfhijstoestanden in het leven roepen, klimpartijen in bomen en springen in regenplassen. Ooit zat mijn oudste verweven tussen de takken van de taxus, ik kreeg haar er amper uit!
Het betekende flikflaks in het gras, turntoestanden, konijnen en kippen, joelen en zingen en vooral ontlading.

Ikzelf speelde als kind ook veel buiten. Met een straat vol familie (tantes en nonkels van langs beide kanten) was het makkelijk om met neven en nichten van mijn leeftijd op straat rolschaatswedstrijdjes te houden, samen en colonne te fietsen naar het zwembad, daar te spelen en zwemmen om daarna 5 km terug te fietsen, vaak met natte haren in de wind, door graanlandschappen en via kronkelende binnenweggetjes…
Ik herinner me Chiro-ruiltochten en slede- en schaatstochtjes op weg naar school. We legden in de winter een schaatsparcours aan op een ondergelopen weiland, de sneeuwschoppen gemaakt van unaliet met een bezemsteel aan…

Kampen bouwen deden we later als gezin samen nog in de Ardennen waar een regenpijp voor de kinderen jarenlang paddestoeleneen ‘bron’ was en we reeën gingen spotten, urenlange wandeltochten van Julien van Remoortel ondernamen waar we de zoveelste bocht aan een speciale boom namen zoals in zijn reisgids beschreven.

Ik kan niet tegen oorverdovende machinale stilte, maar herinner me momenten ‘an der Hohe Wand’ in Oostenrijk, toen er nog geen beschermende trappen en afscheidingen waren, met mijn rug zittend tegen de rotsen, mijn benen bengelend over de afgrond. Ik herinner me taferelen van de Grand Canyon, de uitgestrektheid van de Nevadawoestijn toen we er landden… Het voelde toen aan als puur geluk en het maakt nu deel uit van mijn ‘ontladingsherinneringen’ als ik snak naar kalmte in mijn hoofd.

Die, laat ik ze ‘geluksmomenten’ noemen, zijn nu mijn redding: de Aha-Erlebnis dat ik de enige was die op de pier tijdens een storm twee seconden in de wind kon zitten, gedragen door de natuur; het moment dat alleen ik een wervelwind van herfstbladeren ervoer rond mij, toen ik richting het station fietste; het moment waarop een duif parallel een paar kilometer lang op een meter afstand van mijn autoraampje vloog richting werk. Mijn vorige standplaats was in een kasteel in het bos, tussen ruisende bomen waar ’s morgens bij aankomst ik een groepje reeën aan verse blaadjes zag knabbelen.
Nu vlieg ik ’s morgens mee met meeuwen, stap ik door het domein waar waterhoentjes, fazanten, eksters en kauwen zich van het pad weg haasten, fotografeer ik een pad, zie ik wezeltjes spelen in de zon…

pad

Als ik het allemaal overdenk, dan weet ik gewoon dat ik keuzes heb gemaakt die voor mij leefbaar en productief zijn. Zonder al te veel op de ADHD te focussen zocht ik mijn werkomgeving waar ik het meest door rendeer en waar ik gelukkig van word. Een win-winsituatie dus met creativiteit en een werkijver om u tegen te zeggen, gedoseerd met mogelijkheden om eventjes lucht te happen.

En dus lig ik wakker van beton, uitzicht op muren, menselijke drukte en mijn gezondheid. Een kangoeroe moet springen en heeft daarvoor ruimte nodig. Wat een ander aankan is mij om het even, ik ben nu gelukkig en in balans en vecht met lijf en leden om dit te mogen behouden. Ik email, lobby, praat zonder al te veel te willen overkomen als klager. Ik klaag niet, ik ‘eis’ niet, ik weet gewoon what makes me tick.

Yep, natuur, landelijkheid, een koetje hier, een schaapje daar, een tokkende kip, mijn drie schatten van hondjes… en mijn tijd, die ik kies en die me dierbaar is.
Hoe krijg ik dat ooit aan het verstand van mijn chefs die me naar een plaats willen waar burn-outs nu al een groot probleem zijn. Begrijpe wie begrijpen kan…

 

Kabouter Lui zou zeggen : ik word daar zo moe van!

 

 

 

Het toneelgevoel

natuur

Ik beklaag al wie dagelijks een treinrit van meer dan een uur richting Brussel maakt.

Mijn zitje in eersteklas levert mij dit beeld op : een massa mensen, beeld maar geen klank, behalve hier en daar een kuch. Awkward!
Krantengeritsel, geen woorden. Van Brugge tot Brussel Noord. Moe-e mensen denk ik dan. Moe om te vertrekken, moe om aan te komen. Moe om onderweg te zijn. Niet genoeg zitplaatsen, blikjes die met voorzichtigheid neergezet worden om toch maar geen geluid te maken. Mijn benen doen pijn, mijn oren ook. Van de oorverdovende stilte. Wat doet een mens zichzelf aan -moeder waarom leven wij?- : van A naar B op een metalen rups, zo onpersoonlijk als het is.

Ik ben altijd mezelf, ik kan het dus niet laten om een ‘contactblik’ te werpen op een jonge, zwangere vrouw. Geen kik.
Ik ben opgevoed met elementaire beleefdheid, goeie morgen of een knikje. Boosheid borrelt op vanbinnen, maar heeft geen zin want dan zit ik daar alleen boos te wezen in een overvolle wagon. En dat is een negatief gevoel, ik ben een positief iemand.
Ik doe de rit nu twee keer heen en terug en het zit al in mijn lijf, leden maar vooral in mijn kop : dit WIL ik niet. Mijn kostbare uren geluk vervangen door dit? Nee, dank u.

Mijn leven is na heel overwogen keuzes en een moeilijke persoonlijke acceptatie gewoon perfect. Ik ben nu perfect in balans qua werk, relatie, gezin, geluk. Het heeft bloed, zweet en tranen gekost.

Plots denk ik aan ‘zit’alternatieven : een boek schrijven à la J.K. Rowling? Neen, ik verbied mezelf in die richting te denken, dan geef ik dit traject een kans en het is voor mij geen optie.

Hoe mooi de stem van de dame ook zegt : ” Welkom op de trein”, ik voel geen hartelijkheid, geen communicatie. De trein nemen is letterlijk een ‘dooddoener’. Misschien is het een optie om zoals in de liftreclame de trein enkel te laten rijden als er gepraat wordt? Ik zie het ook voor me, schokkend, zowel het idee als de trein.

1 uur en 8 minuten somber, kleurloos zitten. Een ‘tabletter’ met witte oortjes doet me denken aan de Staatsveiligheid die Prins Filip en Prinses Mathilde begeleidden tijdens hun Blijde Intrede in Brugge. Waar is de tijd.

H E E E E E L P !

De zon schijnt over landschappen tot ik het beton zie. Ik mag er niet bij stilstaan : straks wordt mijn natuurwerkplek met meeuwen, waterhoentjes, muishondjes en wuivend riet ingeruild voor een betonnen wereld. Hoe kleurrijk het gebouw vanbinnen ook is, vanbuiten blijft het een betonnen kooi.

beton

Even denk ik aan het feit dat ik als ADHD’er in een collectief geheugen een ‘jager’ was. Nu ben ik een rund dat in een wagon richting slachtbank wordt geleid, in het nauw en zoekend naar leefbare oplossingen. En enkel ‘leefbaar’ is ook geen optie. Ik moet intensiteit hebben, anders leef ik niet. Het overheersend gevoel is: dit laat ik toch niet gebeuren? ‘Wil ik dit’ neemt stilaan de overhand op ‘kan ik dit’. Het gaat de goeie weg op.

En zoals ik de hele dag wist, ging het ’s avonds in omgekeerde richting, en masse terug.
Met het verschil dat ik na de trein de bus nam, na enige haltes zag dat die leeg was en ik uit een jeugdig sentiment begon te praten met de chauffeur. Wil u me afzetten aan de halte voor de halte aan de Watertoren?
Ik zou dan de bus die hier achter mij stopt vlug nemen, zegt ie lachend. Ik rijd weer richting Brugge!
Deur open, loopje, deur open, ticket er terug in, en weer een nieuwe lachende buschauffeur.

Lachen! Het kan een mens opbeuren, het maakt dat ik me 1000 kg lichter voel na een intense dag. Nu nog een kilometer stappen door de velden en ik ben er.

Adem in, adem vooral in en adem uit…

 

 

 

Mijn barometerlijf

’t Is vandaag nog eens gebleken hoe erg mijn binnenste kan draaien als er iets op me afkomt. Verandering is goed, denk ik dan en heel soms voelt dat ook zo aan maar heel vaak, zoals vandaag, zat er eerst een goed gevoel, dat dan ineens door een opmerking omslaat in, hoe zou ik het omschrijven, een draaikolkgevoel in mijn maag.

Yep. En ’t is er weer. Morgen ga ik de trein op, richting Brussel, richting voorbereiding op een nieuw werk dat me werd opgedrongen. Weigeren is ook geen optie, want laat mijn statutaire benoeming voor mij nu een houvast zijn. Het maakt dat ik alle andere zaken die ik graag doe kan verwezenlijken en dat ik niet zomaar buitengebonjourd kan worden.

Waarom kan ik zo panisch reageren op dingen? Ik ga bijvoorbeeld niet gauw naar Gent met de wagen. Terwijl ik dankzij Waze overal heen vlieg zonder aarzelen, vermijd ik Gent. Eens ik er ben en de auto geparkeerd is dan ben ik er graag, het is ook een heel actieve en leuke, jonge stad. Maar die tramsporen! Panisch word ik van de gedachte alleen al. Waarom? Geen idee. Onwerkelijk dat ik om zoiets onbenulligs als een stel ijzeren rails in de straat, vermijd om een stad te bezoeken. Of dat iemand waarvan ik denk dat er twijfel in de stem zit, mij van mijn stuk kan brengen na al die jaren assertiviteitstraining…

Zo ervoer ik vandaag het telefoontje dat ik pleegde met iemand met ADHD. Over het integratietraject en -protocol dat ik zou kunnen afsluiten. Mits ik de diagnose ADHD heb.
Laat dat nu iets zijn wat ik afgeleid verkregen heb, omdat ik de drukke moeder ben van 2 vastgestelde ADHD-twintigers nu. En omdat hun pa dus alles behalve dat was.
Ik vond en vind het voor mij persoonlijk niet nodig om nu nog een papieren diagnose te laten vaststellen. Heb ik mezelf uitgeroepen? Neen. Ik loop tegen dingen aan, en het is 70% erfelijk. Mijn zus heeft de diagnose, haar oudste heeft het met een duidelijke H, wijlen mijn moeder was er zeker een en dramaqueen ten top en ik herinner de verhalen van mijn oudste broer heel duidelijk die gestraft werd omdat ie meer onder zijn schoolbank zat als op zijn stoel. Mijn moeder vroeg toen aan de leerkracht: “Kent hij de leerstof? Antwoordt hij als je iets vraagt?” “Wat is het probleem dan?”

Mijn familie is een hele creatieve familie, waarvan de helft binnenloopt aan de voordeur om aan de achterdeur zonder een woord weer buiten te lopen. Begin maar te diagnosticeren…
Ik ben bijna 50, een beetje laat om nu te gaan bewijzen wat dagdagelijks voor mijn neus staat. Waarom ik het niet wil? Omdat ik dat psychiater-lopen zo hartsgrondig beu ben. Burn-out, depressie en dergelijke liggen nu achter mij. Omdat ik het allemaal heb uitgepiept voor mezelf nu. Omdat het leefbaar is en ik het geaccepteerd heb. Nu graven is weer verdrinken in een label…

label

Ikzelf zou liever geen ADHD hebben, een beter geheugen, een fijnere manier van praten, een onuitputtelijke hoeveelheid geduld en zoveel dingen meer… Niet 300% voor dingen gaan en dan in een acht vallen.

Maar dat is vaak het geval, en ik verantwoord me al mijn hele leven, ik ging er ooit totaal aan onderdoor en heb het nu onder controle. Samen met ons speciaal gezinnetje. Waarom nu weer die zever? Om een bureau met mogelijkheid tot het sluiten van een deur, om mij wat meer te kunnen verplaatsen tijdens de werkuren in korte periodes? Om mijn opgebouwde netwerk met mijn 2 kids te vrijwaren en mijn gsm-noodlijn te mogen behouden? En moet ik dat dan inderdaad aan mijn deur gaan hangen om jaloerse blikken van collega’s in een landschapsbureau duidelijk te maken dat er iets ‘aan me scheelt’?

Ik ben zelfstandig, ik gebruik ADHD nooit als excuus en ik vind ook niet dat een ander moeilijk moet doen over mijn simpele vragen waardoor ik weet dat ik op mijn best presteer. Integratie? Ik integreer me van zodra ADHD geïntegreerd geraakt als zijnde ‘niet lastig’. En dat ik niet to the point ben soms? So what!

Yep. Ik heb het lastig maar straks komt mijn jongste langs vanuit Nederland. Dat is al belangrijker. En mijn oudste, om de auto te lenen na overkop te gaan. Maar die komt ook weer op haar pootjes terecht.  Misschien moet ik toch maar een frituur beginnen….

En ik begin dan maar aan dat traject zeker?

 

Dit is mijn ei…

Of zo voelt het toch, ovaal, poreus en breekbaar. Maar het is wel MIJN ei.

Al van in mijn jeugd heb ik iets met tekst, met schrijven. Ik ben nu eind in de veertig, het werd tijd.

Niet dat ik nog nooit heb geschreven, ik heb in een ver verleden een blog gehad, meer als therapie, op een ADHD-site waar ik moderator was. Het klinkt allemaal heel serieus, maar dat was het niet. Het was leuk, ons kende ons, ons hielp ons.

Ik heb altijd de nood aan analyseren gehad, ik kan mezelf “dood”analyseren als het moet en ik ben er ondertussen expert in en dus dacht ik: misschien kan mijn en bij uitbreiding ‘onze’ manier van leven wel iemand inspireren terwijl het tegelijkertijd voor mij een gezonde uitlaatklep is.

Misschien lig je niet wakker van alweer een persoonlijk verhaal. Ik ook niet. Niet van dat verhaal, en niet of je dit wel of niet leest.
Ik lig wakker van andere dingen, waar ik mijn vinger niet op kan leggen maar wat me eindeloos in een vicieuze cirkel van piekeren doet belanden, of eerder, deed belanden vooraleer ik mijn denkproces leerde herkennen en stoppen.

STOP moet ik vaak tegen mezelf roepen. STOP met daarin mee te gaan, STOP met jezelf te benadelen door verder te praten, STOP met je schuldig te voelen omdat je niet onthoudt wat je moet onthouden. Het is nu eenmaal wie je bent, het is niet belangrijk want je hebt veel betere kwaliteiten dan dat.
STOP heeft mijn leven heel wat makkelijker gemaakt. Als vrouw, als moeder, als collega, als familielid.

Stooooop!

Maar het ging niet vanzelf. Het inzicht kwam pas toen de grond onder mijn voeten wegviel, toen ik mezelf tegenkwam. En geloof me, alleen ik kan mezelf tegenkomen met die ADHD-intensiteit dat het benauwelijk gevoelloos wordt, dat de analyse gewoon leidt tot zelfdestructie. En ik was op dat moment al een eind moeder van 2 bloedmooie dochters die naar ik pas later vernam vrolijk 70% kans hadden om mijn ADHD te erven. Yep. Wat dus in het kwadraat waar bleek te zijn.

‘Dank u, mama!’

Hoewel: ‘mijn’ ADHD is het niet. Het is elk apart ‘hun’ ADHD, met hun specifieke problemen, in het Nederlands “comorbiditeit” genoemd.

Maar dat volgt later wel in ons verhaal. Zonder het te benoemen zie je de verschillen zo duidelijk. En hun ADHD is even intens, even kop-tegen-de-muur-stotend bij momenten als dat bij mij soms is.

Ikzelf heb ‘therapie’ achter de rug waar ik bleef vragen om kapstokken om uit de put te geraken. De traditionele therapie van het graven maakte de put alleen maar dieper.

Maar ik ben er uit geraakt uit frustratie (kwaad zijn is innerlijke kracht) en ik mag nu, op dit moment aan mezelf luidop toegeven dat ik gelukkig ben. Omdat ik STOP zeg, ongeacht wat anderen daarvan vinden. Mijn lijf is mijn barometer, alleen ik kan over mezelf beslissen. Dus ik stop als ik stop, ik geef 300% van mezelf en soms zeg ik stop voor een lange tijd.

Het is wie ik ben, ik heb het geaccepteerd. Er viel niets anders aan te doen.

Ik neem ondertussen een viertal jaar meds maar dat ging niet zonder slag of stoot. Want ik mankeerde in mijn ogen niks dat niet overkomelijk was. En dat wolkerige dat in mijn hoofd kwam zweven bij het nemen van Rilatine en later Concerta hielp me ook niet echt geloven dat dit de oplossing was.
Maar nu voel ik me door de pilletjes min of meer ‘normaal’ hoewel ik me eerder kan vinden in het feit dat het mij helpt om ‘normaler’ over te komen bij anderen.

Het maakt me ook 20 kg dikker maar als ik afweeg (en dat kan IK alleen) hoe het mijn leven makkelijker heeft gemaakt zonder aan mijn ‘ik’ af te doen, dan kies ik voor ‘dikker zijn’ -Bij wijze van spreken dan want een maand of twee geleden liet ik mijn maag hypnotiseren om toch te kunnen ingaan tegen wat dokters en apothekers beweren…-
Zo ben ik dan weer. Ik stel alles in vraag, zwem liever tegen de stroom in dan mee. Dat is avontuurlijker en vraagt meer persoonlijkheid dan meelopen.

Wat mij onderscheidt van het dierlijke ras is een doordachte mening en daar ben ik trots op! De ene keer al wat meer doordacht dan de andere 🤜

Soit, voor een eerste blog kan dit wel al tellen.
Ik geef me bloot.

Mijn ei is dus breekbaar en poreus, maar wat binnenin de schaal zit is sterker, kleurrijker en intenser dan ooit. Punt.

Vee