Het toneelgevoel

natuur

Ik beklaag al wie dagelijks een treinrit van meer dan een uur richting Brussel maakt.

Mijn zitje in eersteklas levert mij dit beeld op : een massa mensen, beeld maar geen klank, behalve hier en daar een kuch. Awkward!
Krantengeritsel, geen woorden. Van Brugge tot Brussel Noord. Moe-e mensen denk ik dan. Moe om te vertrekken, moe om aan te komen. Moe om onderweg te zijn. Niet genoeg zitplaatsen, blikjes die met voorzichtigheid neergezet worden om toch maar geen geluid te maken. Mijn benen doen pijn, mijn oren ook. Van de oorverdovende stilte. Wat doet een mens zichzelf aan -moeder waarom leven wij?- : van A naar B op een metalen rups, zo onpersoonlijk als het is.

Ik ben altijd mezelf, ik kan het dus niet laten om een ‘contactblik’ te werpen op een jonge, zwangere vrouw. Geen kik.
Ik ben opgevoed met elementaire beleefdheid, goeie morgen of een knikje. Boosheid borrelt op vanbinnen, maar heeft geen zin want dan zit ik daar alleen boos te wezen in een overvolle wagon. En dat is een negatief gevoel, ik ben een positief iemand.
Ik doe de rit nu twee keer heen en terug en het zit al in mijn lijf, leden maar vooral in mijn kop : dit WIL ik niet. Mijn kostbare uren geluk vervangen door dit? Nee, dank u.

Mijn leven is na heel overwogen keuzes en een moeilijke persoonlijke acceptatie gewoon perfect. Ik ben nu perfect in balans qua werk, relatie, gezin, geluk. Het heeft bloed, zweet en tranen gekost.

Plots denk ik aan ‘zit’alternatieven : een boek schrijven à la J.K. Rowling? Neen, ik verbied mezelf in die richting te denken, dan geef ik dit traject een kans en het is voor mij geen optie.

Hoe mooi de stem van de dame ook zegt : ” Welkom op de trein”, ik voel geen hartelijkheid, geen communicatie. De trein nemen is letterlijk een ‘dooddoener’. Misschien is het een optie om zoals in de liftreclame de trein enkel te laten rijden als er gepraat wordt? Ik zie het ook voor me, schokkend, zowel het idee als de trein.

1 uur en 8 minuten somber, kleurloos zitten. Een ‘tabletter’ met witte oortjes doet me denken aan de Staatsveiligheid die Prins Filip en Prinses Mathilde begeleidden tijdens hun Blijde Intrede in Brugge. Waar is de tijd.

H E E E E E L P !

De zon schijnt over landschappen tot ik het beton zie. Ik mag er niet bij stilstaan : straks wordt mijn natuurwerkplek met meeuwen, waterhoentjes, muishondjes en wuivend riet ingeruild voor een betonnen wereld. Hoe kleurrijk het gebouw vanbinnen ook is, vanbuiten blijft het een betonnen kooi.

beton

Even denk ik aan het feit dat ik als ADHD’er in een collectief geheugen een ‘jager’ was. Nu ben ik een rund dat in een wagon richting slachtbank wordt geleid, in het nauw en zoekend naar leefbare oplossingen. En enkel ‘leefbaar’ is ook geen optie. Ik moet intensiteit hebben, anders leef ik niet. Het overheersend gevoel is: dit laat ik toch niet gebeuren? ‘Wil ik dit’ neemt stilaan de overhand op ‘kan ik dit’. Het gaat de goeie weg op.

En zoals ik de hele dag wist, ging het ’s avonds in omgekeerde richting, en masse terug.
Met het verschil dat ik na de trein de bus nam, na enige haltes zag dat die leeg was en ik uit een jeugdig sentiment begon te praten met de chauffeur. Wil u me afzetten aan de halte voor de halte aan de Watertoren?
Ik zou dan de bus die hier achter mij stopt vlug nemen, zegt ie lachend. Ik rijd weer richting Brugge!
Deur open, loopje, deur open, ticket er terug in, en weer een nieuwe lachende buschauffeur.

Lachen! Het kan een mens opbeuren, het maakt dat ik me 1000 kg lichter voel na een intense dag. Nu nog een kilometer stappen door de velden en ik ben er.

Adem in, adem vooral in en adem uit…

 

 

 

Mijn barometerlijf

’t Is vandaag nog eens gebleken hoe erg mijn binnenste kan draaien als er iets op me afkomt. Verandering is goed, denk ik dan en heel soms voelt dat ook zo aan maar heel vaak, zoals vandaag, zat er eerst een goed gevoel, dat dan ineens door een opmerking omslaat in, hoe zou ik het omschrijven, een draaikolkgevoel in mijn maag.

Yep. En ’t is er weer. Morgen ga ik de trein op, richting Brussel, richting voorbereiding op een nieuw werk dat me werd opgedrongen. Weigeren is ook geen optie, want laat mijn statutaire benoeming voor mij nu een houvast zijn. Het maakt dat ik alle andere zaken die ik graag doe kan verwezenlijken en dat ik niet zomaar buitengebonjourd kan worden.

Waarom kan ik zo panisch reageren op dingen? Ik ga bijvoorbeeld niet gauw naar Gent met de wagen. Terwijl ik dankzij Waze overal heen vlieg zonder aarzelen, vermijd ik Gent. Eens ik er ben en de auto geparkeerd is dan ben ik er graag, het is ook een heel actieve en leuke, jonge stad. Maar die tramsporen! Panisch word ik van de gedachte alleen al. Waarom? Geen idee. Onwerkelijk dat ik om zoiets onbenulligs als een stel ijzeren rails in de straat, vermijd om een stad te bezoeken. Of dat iemand waarvan ik denk dat er twijfel in de stem zit, mij van mijn stuk kan brengen na al die jaren assertiviteitstraining…

Zo ervoer ik vandaag het telefoontje dat ik pleegde met iemand met ADHD. Over het integratietraject en -protocol dat ik zou kunnen afsluiten. Mits ik de diagnose ADHD heb.
Laat dat nu iets zijn wat ik afgeleid verkregen heb, omdat ik de drukke moeder ben van 2 vastgestelde ADHD-twintigers nu. En omdat hun pa dus alles behalve dat was.
Ik vond en vind het voor mij persoonlijk niet nodig om nu nog een papieren diagnose te laten vaststellen. Heb ik mezelf uitgeroepen? Neen. Ik loop tegen dingen aan, en het is 70% erfelijk. Mijn zus heeft de diagnose, haar oudste heeft het met een duidelijke H, wijlen mijn moeder was er zeker een en dramaqueen ten top en ik herinner de verhalen van mijn oudste broer heel duidelijk die gestraft werd omdat ie meer onder zijn schoolbank zat als op zijn stoel. Mijn moeder vroeg toen aan de leerkracht: “Kent hij de leerstof? Antwoordt hij als je iets vraagt?” “Wat is het probleem dan?”

Mijn familie is een hele creatieve familie, waarvan de helft binnenloopt aan de voordeur om aan de achterdeur zonder een woord weer buiten te lopen. Begin maar te diagnosticeren…
Ik ben bijna 50, een beetje laat om nu te gaan bewijzen wat dagdagelijks voor mijn neus staat. Waarom ik het niet wil? Omdat ik dat psychiater-lopen zo hartsgrondig beu ben. Burn-out, depressie en dergelijke liggen nu achter mij. Omdat ik het allemaal heb uitgepiept voor mezelf nu. Omdat het leefbaar is en ik het geaccepteerd heb. Nu graven is weer verdrinken in een label…

label

Ikzelf zou liever geen ADHD hebben, een beter geheugen, een fijnere manier van praten, een onuitputtelijke hoeveelheid geduld en zoveel dingen meer… Niet 300% voor dingen gaan en dan in een acht vallen.

Maar dat is vaak het geval, en ik verantwoord me al mijn hele leven, ik ging er ooit totaal aan onderdoor en heb het nu onder controle. Samen met ons speciaal gezinnetje. Waarom nu weer die zever? Om een bureau met mogelijkheid tot het sluiten van een deur, om mij wat meer te kunnen verplaatsen tijdens de werkuren in korte periodes? Om mijn opgebouwde netwerk met mijn 2 kids te vrijwaren en mijn gsm-noodlijn te mogen behouden? En moet ik dat dan inderdaad aan mijn deur gaan hangen om jaloerse blikken van collega’s in een landschapsbureau duidelijk te maken dat er iets ‘aan me scheelt’?

Ik ben zelfstandig, ik gebruik ADHD nooit als excuus en ik vind ook niet dat een ander moeilijk moet doen over mijn simpele vragen waardoor ik weet dat ik op mijn best presteer. Integratie? Ik integreer me van zodra ADHD geïntegreerd geraakt als zijnde ‘niet lastig’. En dat ik niet to the point ben soms? So what!

Yep. Ik heb het lastig maar straks komt mijn jongste langs vanuit Nederland. Dat is al belangrijker. En mijn oudste, om de auto te lenen na overkop te gaan. Maar die komt ook weer op haar pootjes terecht.  Misschien moet ik toch maar een frituur beginnen….

En ik begin dan maar aan dat traject zeker?